Moet je hard werken om goed viool te leren spelen?

Het advies om vooral hard te werken is misschien wel het meest contraproductieve en ondidactische advies dat ik kon krijgen. Toen mijn leraren zeiden dat ik hard moest werken ben ik eigenlijk alleen maar heel veel en heel lang gaan werken. Het kostte me een enorme hoeveelheid tijd en energie om te leren dat dat niet persé het gewenste resultaat oplevert.

Het is eigenlijk nog veel erger. Als je het gevoel krijgt dat je hard moet werken is het tijd je methodes onder de loep te nemen. Het is een waarschuwing. Het is het moment waarop je contact begint te verliezen met de bron waaruit je tot dan toe geput hebt: de pure bevlogenheid om alles te doen wat nodig is om je doel te bereiken. En dan is het ook nog eens zo dat het woord ‘hard’ onprettig en rücksichtlos klinkt. Vaak gaan mensen vervolgens naar die onprettige ervaring op zoek en lijken pas tevreden te zijn als ze die in ruime mate hebben gevonden.

Het is ook allemaal heel normaal en logisch. Als je nog niet wéét hoe je hard moet werken heb je veel meer tijd nodig om iets te bereiken. Dat komt door van alles: je weet nog niet wanneer je moe zult worden en je hebt ook nog geen uithoudingsvermogen ontwikkelt. Je weet nog niet hoe lang je ergens over doet en je hebt geen idee van de volgorde waarin je het best kunt werken. Bovendien heb je te maken met allerlei verschillende adviezen én je eigen vermoedens over de beste aanpak. Omdat je merkt dat het langzaam gaat, krijg je er ook nog eens haast bij. Je doet weliswaar ongelovelijk je best, maar de opbrengst van de geïnvesteerde tijd is minimaal.

Violisten denken vaak dat ze pas goed bezig zijn als ze hun viool en stok in handen hebben. Als ik niet oplet ga ik graag meteen spelen als ik wil studeren. Dan worstel ik me uren lang en zonder plan een weg door een geïmproviseerd proces.
Jasha Heifetz zei het al: ‘Drie uur studeren per dag moet genoeg zijn. Vier uur mag als je niet zoveel talent hebt. Heb je vijf uur studie nodig? Kies een ander beroep!’
Natuurlijk hebben we het hier over Heifetz. Hij hield er een vrij rechtlijnige mening op na als het over violisten ging. Maar je zou het advies op een genuanceerdere manier ter harte kunnen nemen: als je aan drie à vier uur niet genoeg hebt is het tijd om je manier van werken doeltreffender te maken. Dat laatste is een veel beter advies dan het vage harde werken.

Altijd moet ik in deze context denken aan een mooie zin die mijn vader soms citeerde. In Pim, Frits en Ida van Godfried Bomans verdwalen de hoofdrolspelers van het verhaal in een grot. Eerst is er paniek, dan wanhoop en bijna berusting. Vervolgens herpakken ze zich en gaan nadenken. Het resultaat van dat denken is een plan. Tot slot van het hoofdstuk volgt de inspirerende, bijna rijmende zin: Toen hadden de kinderen een plan en waren ze niet meer bang.

 

©Micha Molthoff 2016