De klassiek opgeleide autodidact en zijn robotleraar

Gitaarspelen is mijn hobby, vioolspelen mijn vak. Ik heb vaak geprobeerd net zo met de viool om te gaan als met de gitaar. De voordelen van autodidact zijn te combineren met de voordelen van een klassieke opleiding lijkt me ideaal.

Ik wilde héél graag gitaar leren spelen. In de jaren zeventig gingen mijn zusje en ik mee naar alle feestjes waar mijn ouders naartoe gingen. In de zomer was er vaak een kampvuur met daaromheen pratende, zingende, drinkende en gitaarspelende mensen. Ik was acht jaar en ik had een kleine gitaar. Gevonden bij mijn oma in Amsterdam, in de gangkast. In het bovenblad stond onder het klankgat in kleine letters gebrandmerkt:’Wunderlich’. Ik heb altijd het gevoel gehad dat dit op de één of andere manier in tegenspraak was met de muziek die ik op de gitaar wilde spelen. Maar dat terzijde.

Op de feesten ging ik altijd met mijn gitaar naast één van de gitaristen zitten. Ik lette goed op en probeerde mee te spelen. Als ik de kans kreeg vroeg ik hoe een akkoord heette, maar meestal hadden de gitaristen daar geen zin in. Niet het goede moment voor een gitaarlesje. Thuis ging ik door met oefenen. Ik speelde na wat ik hoorde en ik luisterde zó vaak naar een gitaarsolo van George Harisson dat er een grijze cirkel op de plaat ontstond.

Mijn gitaar nam ik zonder hoes overal mee naar toe. Hij belandde soms toevallig buiten in de tuin, of in de schuur. Ik pakte hem ook als ik net een kippenpoot had afgekloven of de kogellagers van mijn fiets had gesmeerd. Toen we een keer een tochtje maakten door de Amsterdamse grachten in de koeienboot van mijn oom kwam er ook teer op de gitaar. De hals van de gitaar was zwart en kleverig van allerlei soorten vuil.

In dezelfde tijd had ik ook vioolles, altijd op zaterdagochtend. De les verliep volgens een vaste volgorde. Het controleren van het huiswerk, wat nieuwe stof en samenspel, waarbij de juf op de piano timmerde. We deden boek 1 van Metz en daarna boek 2. Het klopte dat we daarna boek 3 zouden gaan doen. Op een lijst kon je zien welke stukken je moest leren en in welke volgorde. Ik zag dat het enorm lang zou gaan duren voordat ik eindelijk het vioolconcert van Mendelssohn mocht proberen te spelen. Ik wilde graag leren vibreren maar dat mocht niet want dat kwam pas later. Kinderen die niet zo goed speelde noemde de juf ‘oliebol’.

De viool en de gitaar verschillen natuurlijk van elkaar. Een viool is veel duurder dan een gitaar en moet nou eenmaal in een koffer als je er op gespeeld hebt. Maar iets heel belangrijks dat ik van mijn gitaarhobby had geleerd en wél kon toepassen op de viool was het naspelen van een opname. Omdat het eerste deel van het Bruch vioolconcert een stuk langer is dan een nummer van The Beatles moest ik het in kleine stukjes doen. Van een casettebandje speelde ik de uitvoering van Shlomo Mintz frase na frase na. Als dat niet lukte deed ik het maat voor maat. Ik kwam een heel eind en ik leerde er heel veel van. Het bandje werd alleen steeds slechter door het heen en weer spoelen en de exacte plek op de tape was moeilijk terug te vinden. Ook nam mijn grote voorbeeld vaak tempi die ik niet in één keer bij kon benen.

Een robot kwam de klassiek opgeleide autodidakten te hulp. Je kunt nu stukjes muziek selecteren en loepen op ieder gewenst tempo. Als je welke docent dan ook zou vragen of ie de komende week iedere dag de eerste paar maten van het Tsjaikovski concert even 100 keer voor je zou willen spelen, zou je uiteraard nul op rekest krijgen. Laat staan dat Maxim Vengerov op je verzoek zou ingaan. En als je wilt weten of Oistrach ergens af- of opstrijkt kun je dat even checken op youtube. Waar in wereld vind je leraren van onbetwist en toonaangevend formaat met oneindig geduld voor iedere meer of minder getalenteerde violist? Thuis op je computer!

©Micha Molthoff 2016