Barbara in Göttingen

Vorige week hebben wij hetzelfde gedaan als Barbara 50 jaar eerder deed: we zijn vanuit Parijs naar Göttingen gereisd. Weliswaar via Nederland, maar dat was om de natte tenten uit de auto de halen en een wasje te doen. Daarna hebben we onze reis hervat.

Ik zing het liedje ‘Göttingen’ van Barbara al een tijdje. Voor mij stamt het uit mijn jeugd in Purmerend: het stond op één van de LP’s in de kast van mijn ouders. Járenlang heb ik het mee-geneuried zonder ook maar enig idee te hebben waar het over ging. Dat was niet zo gek want er is in het liedje een fenomenale violist te horen. Daar ging mijn oor als vanzelf naartoe: feilloos, spatzuiver, soepel en inventief vioolspel. Een diepe en slimme klank die zonder opsmuk en uitsloverij een lange, lange weg doet vermoeden voordat ie zó mooi werd. Van de tekst van het liedje verstond ik alleen de namen Göttingen, Paris en Seine. En ook Bois de Vincennes.

Op de hoes stond te lezen: Barbara à l’Ecluse. Ik voelde wel dat het woord écluse misschien iets met een tijdelijke pauze te maken zou kunnen hebben. Een plek waar je even bent voordat je verdergaat. Eerst dacht ik dat het misschien ‘tweesprong’ zou betekenen. (Soms is het leuk om te raden wat een woord betekent voordat je het opzoekt in een woordenboek.) Het duurde lang voordat ik las dat het ‘sluis’ betekent. En dat écluser ‘doorsluizen’ betekent en bovendien een grappig synoniem voor zuipen is.

Toen ik enkele jaren geleden in Parijs was om viool te spelen heb ik die laatste betekenis van het woord grondig onderzocht. Samen met mijn vriend Eduard trokken we naar l’Ecluse dat een soort theatertje is geweest en nu een restaurant was geworden. Het bevond zich aan de Quai des Grands Augustins nr. 15 waar we een spotgoedkope maaltijd bestelden en erg dure wijn van de kaart met circa 50 ‘open wijnen’ zoals dat heet: van 5 tot 50 euro per glas. We rondden de sessie af met een paar glazen calvados uit 1964 om te checken of deze drank anders smaakte vóór de landing van de Amerikanen op de maan. We stelden in tranen vast dat dat inderdaad het geval was. We betaalden en liepen voorzichtig naar buiten. Op een mooi plein deden we een slaapje. Toen we wakker werden bleek het plein bij Centre Pompidou ook door nuchtere ogen scheef te zijn. We slenterden terug naar het hotel bij Bastille, langs de kades, richting Bois de Vincennes.

In Göttingen vonden we het tuintje waar Barbara 50 jaar geleden haar liedje schreef. Er stonden nu hoge, wild bloeiende rozenstruiken. Het Helga-achtige meisje op het terras begreep mijn Duits uitstekend en schonk ons twee enorme glazen koude witte wijn in; 0,2 liter, stond er punctueel in de wijnkaart gedrukt en in het glas geëtst. We ontmoetten veel Aziatische studenten die ongetwijfeld de geschiedenis van het Franse koningshuis op hun duimpje kenden. Er waren nog wel wat blonde kinderen als in het liedje, maar het merendeel was donkerharig, Turks en glimlachte vriendelijk naar ons.

De universiteit, zo staat te lezen op wikipedia, is nooit meer geworden wat hij enkele eeuwen lang was tot aan tweede wereld oorlog, voordat de nazi’s alle Joodse professoren, docenten en studenten er wegjoegen.

We hebben gezocht naar hun standbeeld, maar de gebroeders Grimm waren nergens te bekennen.

©Micha Molthoff 2016