Alejandro-Hoessein-Ramiz

Mijn vriend A. heeft een hobby: zelf messen maken. Als hij zich niet met zijn werk bezig houdt, eten kookt voor zijn vrouw en dochter of bier drinkt en pistachio’s eet dan werkt hij aan een mes. Eerst droomt hij van het mes dat hij gaat maken. Vaak droomt hij alleen het més, als een esthetisch object, glimmend in het maanlicht, terwijl het gewichtloos ronddraait tegen de zwarte achtergrond van de nachtelijke hemel. In zijn droom kijkt hij naar het mes en bestudeert het om het te kunnen namaken als hij wakker is. Een andere keer droomt hij een geschiedenis waarin een mes de hoofdrol speelt; het wreekt verraad of een belediging, vereffend een rekening of is er slechts om dapperheid mee te tonen. Soms droomt hij alleen de details van het mes en soms ziet hij het mes niet, maar is het alleen voelbaar aanwezig, zilverachtig en scherp, koel en dreigend. Het mes bepaalt de loop van een verhaal. Het beschermt of beëindigt een leven. Af en toe heeft het een eigen wil en persoonlijkheid. Soms heeft het een magische kracht.

Aan het begin van zijn messencyclus heeft mijn vriend een onrustig gevoel. Af en toe een beetje hoofdpijn. Hij droomt nog geen mes, maar weet dat er eentje zit aan te komen. Hij is een beetje misselijk; het gaat weer beginnen! Er volgen een paar droomloze nachten waarin hij af en toe zwetend wakker wordt. Alles komt nu in een stroomversnelling. De contrasten worden heftiger; mijn vriend wordt zwetend wakker óf rillend van de kou. Hij slaapt zó diep dat het lijkt alsof ie geen adem meer haalt, of hij ligt hijgend te hyperventileren en voortdurend te draaien. Na een paar van zulke nachten beland hij in een fase die hij ‘het plateau’ of ‘de hoogvlakte’ noemt. Hij heeft het ‘s nachts koud en hij heeft wat minder lucht, maar met het raam open en een pyama aan redt hij het prima. Hij slaapt gefocust. En dan begint hij gefocust te dromen. Het mes kondigt zich aan. Na een aanloop van een dag of tien is het er. Plotseling, helder en duidelijk. Een verhaal, een gevoel of een kant en klaar mes, blinkend in het maanlicht.
Waarom maakt mijn vriend het mes ná dat hij droomt? Omdat het de enige manier is om het mes te vergeten. Toen hij nog geen messen maakte zat zijn hoofd vol met plaatjes, verhalen en gevoelens over messen. Eerst was het nog wel vol te houden, maar het werd steeds erger. Het was allemaal begonnen met het volgende verhaal dat hij me vertelde:

In Amsterdam woonde ik in een buurt waar iedereen verzameld werd die eigenlijk helemáál geen huur kon betalen. Mijn onderbuurman kwam uit het Atlasgebergte en schreeuwde ‘s nachts in het Berbers zijn heimwee uit. Met mijn buurman Ramiz uit Zagreb raakte ik goed bevriend. Hoewel dat stopte toen hij mij uitlegde niet meer met mij om te kunnen gaan toen de Amerikanen begonnen te bombarderen in Kroatië. Hij zei: ‘Jullie bombarderen mijn land, ik kan je vriend niet meer zijn’. Opeens was ik Amerikaan geworden.

De buurman aan onze rechterkant was ruimdenkender. Hij kwam uit Syrië, uit Homs. Hij droeg het tenue van een Franse student uit de jaren zestig: koltrui, nette broek, veel zwart, regenjas en leren aktetas. ‘s Avonds dronken we sangria bij hem op het dakterras, tussen tot manshoogte opgekweekte geraniums, cactussen en andere planten. We aten zoete taart met kip, lam met enorme rozijnen, mierikswortel en honing, een smeerseltje van verbrande aubergines en dronken koffie met kardemom. Terwijl we waterpijp rookten bij een kopje thee vertelde hij een vreemd verhaal. Hij kwam uit de bergen en toen hij klein was hield zijn vader schapen. Op een avond ging het gerucht dat er een wolf in de buurt van het dorp was. Omdat de schapen ook ‘s nachts buiten waren was iedereen op zijn hoede. De kleine lammetjes die bij de kudde waren zouden een gemakkelijk prooi voor de hongerige wolf zijn. Op het dakterras in de Baarsjes vertelde buurman Hoessein hoe zijn vader een merkwaardige voorbereiding trof; iets waarvan hij dacht dat het hij eigenlijk niet had mogen zien.

Toen de vader van Hoessein het bericht over de wolf hoorde begaf hij zich naar zijn werkplaats. Schijnbaar diep in gedachten en prevelend opende hij, in de avondzon een klein maar vlijmscherp zakmes. Het mes glinsterde even fel in het laatste zonlicht en wierp een harde streep licht richting de bergen. Zijn vader sloot het mes, prevelde, en opende het mes nogmaals, om het wederom te sluiten. De volgende dag ging het gerucht dat de wolf in een ravijn was gestort’.

©Micha Molthoff 2016